Nieuws en projecten

De wereld van windenergie is voortdurend in beweging. We houden u graag op de hoogte.

Laat u informeren over de laatste ontwikkelingen en lees de ervaringen van onze klanten.

Het krui-systeem toen en nu

03 augustus 2021

Technologie evolueert. Hoewel de turbines van tegenwoordig veel groter en krachtiger zijn, draait het bij veel technieken nog steeds om hetzelfde principe. Letterlijk zelfs in het geval van het kruiwerk. 

Bij de oude historische molens kon de kap (bovenzijde van de molen) draaien ten opzichte van de romp met de zolders (de opbouw). Dit draaien van de kap heet kruien en het systeem bij deze oude molens noemen we het kruiwerk. Vroeger waren hier twee systemen voor: glijden of rollen. 

Glijden 

Bij het glijden schoof de kap over de zogenaamde neuten die met metaal waren beslagen. Dit ‘neutenkruiwerk’ is redelijk slijtgevoelig en de weerstand was ook wel aanzienlijk.

Afbeelding1

Afbeelding van het neutenkruiwerk.

Rollen

Een tweede systeem werkt met rollers, van hout of metaal, afhankelijk van het ontwerp. Dit ’Engels kruiwerk’ veroorzaakt minder weerstand dan glijden en is onderhoudsvriendelijker.

Afbeelding2

Afbeelding van het Engelse kruikwerk.

Afbeelding3

Foto van het Engelse kruikwerk.

Toen - oneindig ronddraaien

De kap heeft geen verdere vaste verbinding met de zolders en de romp; er loopt alleen een draaiende as (koningsspil) doorheen. Daarom kan de kap in theorie oneindig ronddraaien zonder dat er iets in de knoop raakt.

Nu - beperkt ronddraaien…

Bij de moderne windturbine kan de nacelle (bovenzijde van de molen) ook draaien ten opzichte van de toren. Dit heet ook kruien, en afhankelijk van het merk windturbine gaat dit via tandwielkasten of hydraulisch met oliedruk. De twee delen glijden over elkaar heen op de kruiplaat. Die kan bekleed zijn met frictie-verminderende kunststof en wordt gesmeerd met vet of olie.

…met een positiesensor

De nacelle kan wel tot drie keer zonder problemen rond draaien. Een beperking vormen de kabels door de turbine. De kans bestaat dat deze teveel gedraaid raken en kapot gaan. Een positiesensor meet daartoe de stand van de nacelle en weet ook de positie ten opzichte van het 0-punt. Dat is het punt dat de nacelle 0 draaiingen om zijn as heeft gedaan. Bij voorkeur met weinig wind en lage productie laat de computer de nacelle weer terug kruien naar het 0-punt, zodat de windturbine na deze pauzestand weer verder kan draaien.

Afbeelding4

Foto van een kruiblok.

Het krui-systeem toen en nu